IE: VORIGE PAGINA BHAGAVAD GITA HOMEPAGE
BHAGAVAD GITA / ISHERWOOD BHAGAVAD GITA YOGA DER VERZAKING
Arjuna:
Je geeft zo hoog op van de verzaking
van het handelen; toch vraag je me de yoga van het handelen te volgen.
Zeg me nu duidelijk: welk van de twee
is het beste?
Krishna:
Handelen op de juiste wijze opgeven
brengt vrijheid;
handelen op de juiste wijze verricht
brengt vrijheid;
beide zijn beter
dan een louter mijden van het
handelen.
Wanneer iemand geen begeerte en haat
kent
zal hij niet wankelen in zijn
verzaking.
Noch verlangt hij naar het een of
ander,
noch walgt hij van het tegendeel:
de ketenen van begoocheling
werpt hij spoedig af.
De yoga van het handelen, zo zegt de
onwetende,
verschilt van de yoga van de kennis
van Brahman.
De wijzen zien kennis en handelen als
één:
zij zien waarlijk.
Neem een van deze wegen
en ga die tot het einde:
het doel is hetzelfde.
Daar ontmoeten elkaar
zij die het handelen volgen
en de zoekers naar kennis
in gelijke vrijheid.
Het is moeilijk het handelen op te
geven
zonder de yoga van het handelen te
volgen.
Deze yoga schenkt zuivering
aan de man van meditatie
en brengt hem spoedig tot Brahman.
Wanneer het hart gezuiverd is door
die yoga,
wanneer het lichaam onderdanig is
en de zintuigen beheerst worden,
wanneer de mens weet dat zijn Atman
het Atman is in alle schepselen,
laat hem dan handelen,
onbezoedeld door activiteit.
De verlichte ziel,
wiens hart het hart van Brahman is,
denkt altijd: 'Ik doe niets.'
Wat hij ook ziet,
hoort, aanraakt, ruikt, eet;
of hij nu in beweging is
of slaapt, ademt, of spreekt,
zich ontlast of iets pakt met zijn
hand,
of zijn ogen opent,
of zijn ogen sluit,
dit weet hij altijd:
'Ik zie niet, ik hoor niet:
het zijn de zintuigen,
die de objecten van de zintuigen
zien en horen en aanraken.'
Hij stelt verlangen ter zijde
en offert de handeling aan Brahman.
Zonder nat te worden
rust het lotusblad op het water;
zonder geraakt te worden
rust hij in het handelen.
Voor de volgeling van de yoga van het
handelen
zijn lichaam en geest,
de zintuigen en het intellect
slechts instrumenten;
hij kent zichzelf als verschillend
daarvan
en zo wordt zijn hart zuiver.
Verenigd met Brahman,
vrijgemaakt van de vruchten van het
handelen
vindt een mens vrede
in het werk van de geest.
Zonder Brahmam
is de mens een gevangene,
een slaaf van het handelen,
voortgesleept door verlangens.
Gelukkig is die bewoner
van de stad met de negen poorten,
(het menselijk lichaam)
wiens vermogen tot onderscheid
hem vrijgemaakt heeft van zijn daden:
hij raakt niet betrokken bij
handelingen,
hij zet niemand ertoe aan.
Zeg niet:
'God gaf ons dit waandenkbeeld.'
Jij droomt dat je de handeling
verricht,
jij droomt dat er gehandeld wordt,
jij droomt dat handelen vrucht
draagt.
Het is jouw onwetendheid,
het is het waandenkbeeld van de
wereld
dat jou deze dromen geeft.
De Heer is overal
en altijd volmaakt:
wat maalt Hij om iemands zonden
of om zijn rechtvaardigheid?
Het Atman is het licht
Het licht wordt omhuld door de
duisternis.
Deze duisternis is een waandenkbeeld.
Daarom dromen we.
Wanneer het licht van het Atman
onze duisternis verdrijft
straalt dat licht van ons uit,
een schitterende zon,
het geopenbaarde Brahman.
De toegewijden verblijven bij Hem,
zij kennen Hem eeuwig,
daar in het hart,
waar geen activiteit is.
Hij is hun enige doel.
Door de kennis van Hem bevrijd
van de onzuiverheid
van daden of gedachten uit het
verleden,
vinden zij het oord der vrijheid,
het oord vanwaar geen terugkeer is.
Of de verlichte nu kijkt
naar de geleerde en vriendelijke
brahmaan,
naar de koe, de olifant,
de hond of wie de hond eet,
hij ziet overal hetzelfde.
Verzonken in Brahman
overwint hij de wereld,
nu al, nog levend in de wereld.
Brahman is één,
onveranderlijk, onaangetast door
kwaad.
Welk hebben wij dan in Hem?
De verlichte die in Brahman
verblijft,
vredig van hart, door niets in
verwarring gebracht,
is noch verrukt van het aangename,
noch bedroefd om het onaangename.
Zijn geest is dood
voor de aanraking van het uiterlijke;
maar klaarwakker is zijn geest
voor de gelukzaligheid van het Atman.
Omdat zijn hart Brahman kent
is zijn geluk voor eeuwig.
met hun objecten
zijn de genoegens daarvan
als een schoot, zwanger van verdriet.
Genoegens nemen een aanvang
en vinden weer een einde:
zij brengen geen verrukking aan de
wijzen.
Laat hier op aarde al de mens,
nog voor zijn vertrek,
meester worden
van elke impuls
die voortkomt uit begeerte
of toorn:
zo vindt hij Brahman,
zo is hij gelukkig.
Alleen die yogi
die innerlijke vreugde kent,
innerlijke vrede
en innerlijke visie,
zal tot Brahman komen
en Nirvana kennen.
Volkomen verteerd
zijn hun onvolmaaktheden,
twijfels zijn weggenomen,
meester zijn ze van hun zinnen;
al hun handelingen
zijn gewijd aan het welzijn
van medeschepselen:
zo zijn de zieners
die Brahmaan ingaan
en Nirvana kennen.
De mens die zichzelf beheerst,
vrij geworden van verlangens,
het hart in toom
en kenner van het Atman,
die vind het Nirvana
dat in Brahman is,
hier en hiernamaals.
Terwijl hij de zintuigen afsluit
van het uiterlijke,
de blik richt
tussen de wenkbrauwen,
terwijl hij de adem vasthoudt
die de neusgaten in- en uitgaat
en de zintuigen bedwingt,
het intellect en de geest bedwingt,
werpt hij die de vrijheid zoekt
vrees van zich af,
toorn van zich af,
begeerte van zich af:
waarlijk, die mens
is vrij voor eeuwig.
Wanneer hij op deze wijze Mij kent
als het doel en de genieter
van elke offerande
en alle versterving,
als de Heer van alle werelden
en de vriend van alle mensen,
o zoon van Kunti,
zal hij dan niet binnengaan
in de vrede van Mijn tegenwoordigheid?
IE: VORIGE PAGINA BHAGAVAD GITA HOMEPAGE
![]()