OVERIGE: SPOORZOEKEN
ROZEKRUIZERS: GNOSTICIME
In de eerste eeuwen van haar bestaan
heeft de christelijke kerk een felle strijd moeten voeren, omdat gevaarlijke dwaalleraars
heidense elementen met het christendom zochten te combineren in een soort
godsdienstfilosofie.
In de eerste plaats is het
Gnosticisme (afgeleid van het Griekse woord gnosis = kennis) een ontzaglijk gevaar geweest
voor de ontwikkeling van de Christelijke Kerk.
Het dreigde haar soms te
overvleugelen.
De grote massa bewandelt de weg van
het geloven, ziet uitsluitend op het historisch gebeuren en komt niet uit boven de gewone
bijbelse voorstellingen.
De gnostici komen echter tot de gnosis, tot het weten en dringen door tot de geestelijke werkelijkheden, die in de symbolen verborgen zijn.
Als kring van ingewijden, als
esoterische gemeenschap staan zij niet alleen boven de stoffelijke (de hylici, die
geheel in de macht van de materie zijn, maar zijn ook ver verheven boven de psychische
mensen, die in het voorportaal blijven staan en niet doorlopen naar het heilige van de
hogere, verborgen kennis van het eeuwig-ware.
Zij zijn de pneumatisch, de
eigenlijke kerk, de ingeleiden in de mysteriën der waarheid.
Wat zijn voor hen dan die mysteriën?
De wereld met haar goed en kwaad,
dood en leven is een proces van uitgang van God en terugkeer tot God.
Van de hoogste godheid gaan een reeks
bemiddelende tussenwezens of aeonen uit.
Een van de lagere aeonen was de
Demiurg of wereldschepper.
Hij bracht uit de materie en de
lichtdelen, die hij in bezit had, de wereld voort.
Christus kwam als hoogste aeon, om de
in de materie gevangen geesten te verlossen.
Deze aeon was tijdelijk verbonden met
de mens Jezus.
De bijbel wordt allegorisch uitgelegd
en de sacramenten worden in gnostische zin verklaard.
De mens leeft vele levens in aardse
lichamen van toenemend fijnere samenstelling, die hem in staat stellen de sluimerende
geestelijke krachten te ontvouwen.
Wanneer de mens oud en grijs is maakt
de moeder der natuur, de Dood, hem in slaap.
Hij kan rusten van zijn werk tot de
dageraad van een andere levensdag, waarop hij een ander kinderlichaam ontvangt en nieuwe
lessen.
De ongelijkheden in het leven zullen
na verloop van tijd opgeheven zijn, want zij zullen allen zonder onderscheid volmaakt
worden.
Als een ziel verloren ging zou een
deel van God verloren gaan en dat is onmogelijk.
Uit de onveranderlijke wet van
oorzaak en gevolg vloeit voort dat we onze geliefden in de toekomst weer ontmoetten en
daar zullen we de liefde opvoeren tot haar hoogste uitdrukking.
We hebben allen een zesde zintuig
sluimerend in ons, dat ons eens in staat zal stellen, de geestelijke werelden even
duidelijk waar te nemen als we nu de stoffelijke wereld doen.
Dit zesde zintuig zal in de loop der
evolutie door allen ontwikkeld worden, maar de leer der Rozenkruisers geeft nu reeds de
hogere trap van kennis, waardoor het nu reeds ontplooid wordt.
De Rozenkruisers maken er de kerken
een verwijt van dat deze te weinig gewezen hebben op de praktische naastenliefde.
In elk geval hebben ze gelijk, dat de
kerkmensen in het betoon van naastenliefde dikwijls schromelijk te kort schieten.
Laten wij dit betreft tot onszelf
inkeren.
'Een helder verstand, een liefdevol
hart, een gezond lichaam'.
Niets maakt zo gelukkig als het
gevoel van gegeven, van blijmoedig geven.
Maar ook die naastenliefde moet
bezien worden vanuit het Rozenkruiser standpunt: De God in ons moet het liefste geven.
Gedurende de laatste 5 eeuwen hebben
de Broeders in het geheim voor de mensheid gewerkt; iedere nacht om twaalf uur is er een
dienst in de tempel, waar de gedachten van zinnelijkheid, hebzucht, egoďsme en
materialisme door de oude Broeders met behulp van Lekenbroeders worden samengeraapt.
Die negatieve gedachten trachten ze
om te vormen in gedachten van zuivere liefde, welwillendheid, altruďsme en geestelijke
aspiratie, die ze dan terugzenden naar de wereld om het goede aan te moedigen.
Deze Rozekruisers-leer is een
mengelmoes van oude gnostiek, theosofie, antroposofie, astrologie, vrijmetselarij
(hoeksteen vrijmetselarij, omdat men wil bouwen op de hoeksteen Jezus Christus),
magnetisme enz.
Aan bijbelse waarheden als
wedergeboorte, koninkrijk der hemelen, niet van deze wereld zijn, gered worden in Christus
enz. wordt een inhoud gegeven, die aan de Schrift en de kerkelijke leer totaal vreemd is.
Dit is te begrijpen, omdat de bijbel
voor hen niet het Woord van God is, dat de heilshistorie geeft, maar de universele
stralingswetenschap, in verhaaltrant gehuld.
De Rozenkruiser kan zichzelf redden.
De in hem sluimerende geest moet tot
evolutie, tot ontwikkeling komen en zich bevrijden van de belemmerende banden.
Het inwonende licht, de innerlijke
Godheid moet naar buiten stralen.
Het woord en het begrip zonde in bijbelse zin is in de Rozenkruiserliteratuur niet te vinden.
Schepping als proces: De mens is niet een voltooid schepsel, maar een wezen in voortdurende evolutie. Termen als “schiep” en “formeerde” moeten worden gezien als actieve processen: God schept, formeert, en bouwt nog steeds.
Eva en Adam als symboliek: Eva staat allegorisch voor de psyche, Adam voor Atman (de ziel). De psyche wordt voortdurend gevormd uit de ziel.
Afwijzing van erfzonde: De zondeval is geen historische misstap, maar een fase in het bewustwordingsproces. Zondigheid is geen erfelijke fout, maar een gevolg van energetische polariteit.
Zelfverlossing en innerlijke wet: De mens moet niet verlost worden door een externe God, maar zichzelf vervolmaken door te luisteren naar zijn innerlijke wet—de “potentiële Christus”.
Evolutie naar bewustzijn: Volgens Teilhard de Chardin is evolutie een opstijging naar steeds hoger bewustzijn, met als doel een ultieme, goddelijke volmaaktheid.
De tekst combineert inzichten uit christendom, mystiek en evolutiefilosofie.
Het benadrukt een innerlijke transformatie boven dogmatische verlossing.