OVERIGE: HET CHRISTENDOM EEN WOLK VOOR DE ZON
DENKKRACHT EN WILSKRACHT VAN DE LOGOS
Het is duidelijk, dat, wanneer in de
bijbel gesproken wordt over 'het Woord', hiermede geen prestatie van de goddelijke
tongriem bedoeld wordt.
God heeft in den beginne natuurlijk
niets gezegd: tot wie, of door wie, zou Hij hebben kunnen spreken?
Hij heeft nooit met iemand gepraat en
de woorden: 'en God zei: daar zij...', symboliseren de denkkracht en de wilskracht
van de Logos, d.w.z. van het universele denkvermogen, dat vooraf alles bedacht en gewild
heeft.
Wilskracht is geen zelfstandige
kracht, maar een bijzondere manifestatie van de denkkracht, waaraan ze brandpunt en
richting geeft.
Nadat de Logos het
volmaakte-denkbeeld, de Idee, gedacht had, viel er uiteraard niets meer te denken en kon
het denkvermogen zich richten op de wil dit beeld te verwerkelijken.
Het wereldgebeuren is dus gevolg van
de, tot wilskracht geworden, denkkracht van de Logos, die zich onbewust is van
alles behalve van de Idee waarvan hij zwanger is.
De mens drukt zijn wil uit in
woorden, en, omdat hij zich de godheid voorstelt naar menselijk beeld en gelijkenis, laat
hij ook God zijn wil in woorden tot uitdrukking brengen.
Het 'woord Gods' en 'het woord der
mensen' vertegenwoordigen de, respectievelijke onbegrensde en begrensde, scheppende kracht
van het denken.
Voor de ongeletterde mens uit de tijd
dat de evangelische geschriften ontstonden, had deze term (het Woord of Logos) de speciale
betekenis van kosmische kracht, die als 'agent in creation' werd voorgesteld en
gepersonifieerd als Demiourgós of handwerksman.
De term 'het Woord', als vertaling
van 'Logos', is dan ook een verwarring scheppende uitbeelding van de levende,
d.w.z. de zich openbarende en alles in allen werkende godheid, zoals ook in de
natuurwetenschap het verschil tussen dode en levende stof niet gezocht moet worden in de
afwezigheid of aanwezigheid van leven - elk atoom der dode stof barst eenvoudig van leven,
maar in het al dan niet te constateren zijn van levensuiting, levensopenbaring!
'Het Woord is vlees geworden', d.w.z. God heeft zich in de materie geopenbaard.
Het Woord (Logos) in de Bijbel Het ‘Woord’ verwijst niet naar gesproken taal, maar symboliseert de denkkracht en wilskracht van de goddelijke Logos—een universeel denkvermogen dat vooraf alles heeft bedacht en gewild.
Wilskracht als manifestatie van denkkracht Wilskracht is geen zelfstandige kracht, maar een gerichte uiting van denkkracht. Nadat het volmaakte idee is gedacht, richt de Logos zich op het realiseren ervan.
Schepping als gevolg van denkende wil De wereld is ontstaan uit de tot wilskracht geworden denkkracht van de Logos, die slechts bewust is van het idee dat hij wil verwezenlijken.
Menselijke projectie op God Mensen drukken hun wil uit in woorden en projecteren dit op God, waardoor ze zich voorstellen dat God ook ‘spreekt’. Dit leidt tot verwarring over de betekenis van ‘het Woord’.
Kosmische betekenis van Logos In de oudheid werd ‘Logos’ gezien als een kosmische kracht, een scheppende agent, gepersonifieerd als Demiourgós (de goddelijke ambachtsman).
‘Het Woord is vlees geworden’ Dit betekent dat God zich heeft geopenbaard in de materie—een uitdrukking van levende goddelijke kracht in de stoffelijke wereld.
![]()