MYSTIEK
GOD: NAAMGEVINGEN DOOR MYSTIEKEN
De Laatste werkelijkheid, het Absolute,
het ZIJN, Al-is-een/een-is-AL,
de Eenheid van alles, scheppende
Grond, Brahman.
Het zijn allemaal namen voor de
diepere werkelijkheid, ervaren als een eenheid waarin alles met alles samenhangt.
Het ware IK, het Zelf,
de Vonk der ziel, Atman.
Deze namen wijzen op de ervaring dat
de diepste werkelijkheid ook in het binnenste van de mens woont.
'Brahman is alles en Atman is
Brahman.'
Namen als Grond, Diepte hangen
ook met deze ervaring samen.
De Ander, Jij, de Bruidegom,
de Geliefde.
Deze namen wijzen op een verhouding
van partners, op het persoonlijke karakter van de mystieke ervaring.
Vader, Zoon, Lichaam van Christus, Jezus, Maria, Krishna duiden op een ervaring van de al-eenheid waarin de mens centraal staat ten opzichte van de natuur en de dingen.
Mystici gebruiken verschillende namen om de diepste werkelijkheid te beschrijven—een ervaring van eenheid en verbondenheid die zowel kosmisch als persoonlijk is.
Universele termen: Het Absolute, het ZIJN, Al-is-een, Brahman — verwijzen naar een allesomvattende werkelijkheid waarin alles met elkaar verbonden is.
Innerlijke dimensie: Ware IK, Zelf, Atman, Vonk der ziel — benadrukken dat deze werkelijkheid ook in de mens zelf huist.
Relationele namen: De Ander, Geliefde, Bruidegom — duiden op een persoonlijke, intieme relatie met het goddelijke.
Religieuze figuren: Vader, Zoon, Jezus, Maria, Krishna — geven vorm aan de mystieke ervaring waarin de mens centraal staat in relatie tot het goddelijke en de natuur.
Mystieke naamgevingen zijn geen dogma’s, maar pogingen om een onzegbare ervaring van eenheid, diepte en verbondenheid uit te drukken — zowel in het universum als in het innerlijk van de mens.
![]()