LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      KRISHNAMURTI: LAAT HET VERLEDEN LOS     

  DE WAARNEMER EN HET WAARGENOMENE  

Heeft u ooit wel eens de proef genomen met het kijken naar een object zoals een boom, zonder iets van de associatie, iets van de kennis die u erover opgedaan hebt, zonder enig vooroordeel, zonder oordeel of enig woord dat een scherm vormt tussen uzelf en de boom, wat u verhindert die te zien zoals hij werkelijk is?

Probeer het eens en zie wat er werkelijk gebeurt als u de boom gadeslaat met uw gehele wezen, met al uw energie.

In die intensiteit zult u bemerken dat er helemaal geen waarnemer is; er is alleen aandacht.

Als er geen aandacht is dan is er de waarnemer en het waargenomene.

Als u naar iets kijkt met volledige aandacht, is er geen plaats voor een ontwerp, een formule of een herinnering.

Het is belangrijk dat we dit begrijpen, omdat we nu ingaan op iets dat een zeer zorgvuldig onderzoek vereist.

Het is alleen de geest die naar de boom kijkt, of naar sterren, of naar het glinsterende water van een rivier in volledig zelfvergeten, die weet wat schoonheid is en als we werkelijk zien, verkeren we in een toestand van liefde.

Over het algemeen kennen we schoonheid door vergelijking of door wat de mens heeft samengesteld, wat zeggen wil dat we schoonheid toekennen aan een of ander voorwerp.

Ik zie wat volgens mij een mooi gebouw is en die schoonheid waardeer ik op grond van mijn kennis van architectuur en doordat ik het vergelijk met andere gebouwen die ik gezien heb.

Maar nu vraag ik mijzelf af: 'bestaat er schoonheid zonder een object?

Wanneer er een waarnemer is, die keurt, denkt, dan is er geen schoonheid, omdat die schoonheid iets uiterlijks is, iets wat de waarnemer bekijkt en beoordeelt, maar als er geen waarnemer is - en dit vraagt heel veel meditatie en onderzoek - dan is er schoonheid zonder het object.

De schoonheid ligt in het totale prijsgeven van de waarnemer en het waargenomene en er kan alleen zelf-overgave bestaan wanneer er uiterste soberheid is - niet de soberheid van de priester met haar scherpte, haar sancties, regels en gehoorzaamheid, maar de soberheid van het totaal eenvoudig-zijn, wat volkomen ootmoed is.

Dan is er geen bereiken, geen ladder om te beklimmen; dan is er alleen de eerste stap en de eerste stap is een eeuwigdurende.

Stel je voor dat je alleen of met iemand anders aan het wandelen bent en met praten bent opgehouden.

Om je heen is de natuur, er blaft geen hond, er is geen lawaai van passerende auto's, of zelfs het geluid van een fladderende vogel.

Je bent volkomen stil en de natuur om je heen is ook geheel stil.

In deze toestand van stilte in waarnemer en het waargenomene - als de waarnemer niet in gedachten omzet wat hij waarneemt - in deze stilte is een andere kwaliteit van schoonheid.

Er is geen natuur, noch een waarnemer.

De geest verkeert in een toestand van algeheel en volkomen alleen-zijn; hij is alleen - niet geïsoleerd - alleen in de stilte en die stilte is schoonheid.

Alleen wanneer wij zien zonder enig vooraf gevormd begrip, zonder enig beeld, kunnen wij met alles in het leven in direct contact komen.

Al onze relaties zijn in wezen inbeelding - d.w.z. gebaseerd op een beeld, dat door het denken is gevormd.

Indien ik een bepaald beeld van u heb en u heeft een beeld van mij, dan zien we elkaar natuurlijk niet zoals we eigenlijk zijn.

Wat we zien zijn de beelden, die we van elkaar gevormd hebben en deze verhinderen ons contact met elkaar en daarom lopen onze verhoudingen scheef.

Als ik zeg: ik ken u, bedoel ik dat ik u gisteren kende.

Ik ken u nu eigenlijk niet.

Het enige wat ik ken is het beeld dat ik mij van u hebt gemaakt.

Dat beeld is opgebouwd uit wat u, lovend of beledigend, over me gezegd heeft, wat u me aangedaan heeft - het is opgebouwd uit alle herinneringen die ik van u heb - en uw beeld van mij is op dezelfde manier opgebouwd; het zijn deze beelden die in relatie met elkaar staan en ons verhinderen om in werkelijk contact met elkaar te staan.

Twee mensen die lange tijd met elkaar samengeleefd hebben, hebben een beeld van elkaar dat hun verhindert werkelijk met elkaar in relatie te staan.

Als we begrijpen wat een relatie werkelijk is, kunnen we samen werken, maar samenwerking kan onmogelijk bestaan via beelden, symbolen, ideologische begrippen.

Alleen wanneer we de ware relatie met elkaar begrijpen, is er liefde mogelijk; en de liefde wordt belet, wanneer we beelden vormen.

Daarom is het belangrijk te begrijpen, niet verstandelijk maar werkelijk in je dagelijkse leven, hoe u die beelden hebt opgebouwd van uw vrouw, uw echtgenoot, uw buurman, uw kind, uw land, uw leiders, uw politici, uw goden - u heeft niets dan beelden.

Deze beelden scheppen de ruimte tussen jezelf en wat je waarneemt en in die ruimte is het conflict, dus we gaan nu samen proberen uit te vinden of het mogelijk is vrij te zijn van ruimte die we scheppen, niet alleen buiten onszelf maar ook in onszelf, de ruimte die mensen verdeelt in al hun relaties.

De aandacht nu die je aan een probleem schenkt, is de energie die dat probleem oplost.

Wanneer je je volledig aandacht schenkt - ik bedoel met alles wat in je is - dan is er helemaal geen waarnemer.

Dan is er alleen de staat van aandacht welke volkomen energie is en totale energie is de hoogste vorm van intelligentie.

Ga a.u.b nog wat verder met mij.

Het mag vrij ingewikkeld, vrij subtiel zijn, maar ga ermee door.

Welnu, wanneer ik een beeld van u heb gevormd of wat dan ook, ben ik in staat dat beeld gade te slaan, er zijn dan dus het beeld en de waarnemer van het beeld.

Ik zie bijvoorbeeld iemand met een rood shirt aan en mijn ogenblikkelijke reactie is dat het me bevalt of tegenstaat.

Dat is het resultaat van mijn beschaving, mijn opleiding, mijn associaties, mijn neigingen, mijn opgedane en geërfde kenmerken.

Vanuit dat middelpunt neem ik waar en oordeel en zo staat de waarnemer los van wat hij waarneemt.

De waarnemer is zich echter bewust van meer dan een beeld; hij schept er duizenden.

Maar is de waarnemer anders dan deze beelden?

Is hij niet zelf zo'n beeld?

Hij voegt steeds toe aan en trekt af van wat hij is; hij is een levend wezen dat steeds afweegt, vergelijkt, oordeelt, vervormt en wijzigt als resultaat van uiterlijke en innerlijke spanningen - levend in dat bewustzijnsveld, dat bestaat uit zijn eigen kennis, invloed en talloze berekeningen.

Tezelfdertijd, als je naar de waarnemer kijkt, die jezelf bent, zie je dat hij bestaat uit herinneringen en ervaringen, voorvallen, invloeden, tradities en een oneindige verscheidenheid van lijden, die alle tezamen het verleden vormen.

De waarnemer is dus zowel het verleden als het heden en morgen wacht en dat is ook een deel van hem.

Hij is half levend en half dood en met deze dood en dit leven kijkt hij, met dit dode en levende blad.

In deze geestestoestand, die binnen het veld van de tijd ligt kijkt u (de waarnemer) naar angst, naar jaloezie, naar oorlog, naar de familie (dat lelijke gesloten geheel dat familie wordt genoemd) en tracht het probleem op te lossen van het waargemomene dat een uitdaging, het nieuwe is; u vertaalt het nieuwe altijd in termen van het oude en daarom is u eeuwigdurend in conflict.

Een beeld, de waarnemer, neemt dozijnen andere beelden om en in zichzelf waar en hij zegt: 'dit beeld staat me aan, ik zal het vasthouden', of 'Dit beeld bevalt me niet, dus ik zal me ervan ontdoen', maar de waarnemer zelf is samengesteld uit de verschillende beelden die tot leven zijn gekomen door reageren op diverse andere beelden.

We komen door dus tot een punt waar we kunnen zeggen: de waarnemer is ook het beeld, alleen hij heeft zichzelf afgescheiden en neemt waar.

Deze waarnemer, die tot leven is gekomen door diverse andere beelden, denkt dat hijzelf permanent is, en tussen zichzelf en de beelden die hij heeft gevormd is er een afscheiding, een tijdsinterval.

Dit schept een conflict tussen hemzelf en de beelden, welke naar hij meent, de oorzaak van zijn moeilijkheden zijn.

Dan zegt hij dus: ik moet dit conflict kwijt zien te raken, maar het verlangen om het conflict kwijt te raken schept weer een ander beeld.

Gewaar-zijn van dit alles, wat werkelijke meditatie is, heeft onthuld dat er een centraal beeld is, in elkaar gezet door alle andere beelden, en dit centrale beeld, de waarnemer, is de censor, de ervaarder, de waardebepaler, de rechter, die de andere beelden overwinnen of onderwerpen of ze geheel vernietigen wil.

De andere beelden zijn het resultaat van beoordelingen, meningen en conclusies van de waarnemer en de waarnemer is het resultaat van alle andere beelden - daarom is de waarnemer het waargenomene.

Dus gewaar-zijn heeft de verschillende toestanden van de geest onthuld; zij heeft de verschillende beelden en de tegenstelling tussen de beelden onthult, het conflict dat daaruit voortkwam en de wanhoop er niets aan te kunnen doen en de diverse pogingen om eraan te ontvluchten.

Dit alles werd onthuld door voorzichtig, aarzelend gewaar-zijn en dan komt het gewaar-zijn dat de waarnemer het waargenomene is.

Het is niet een superieur wezen dat tot dit besef komt, het is geen hoger zelf (het superieure wezen, het hogere zelf, zijn louter bedenksels, nog meer beelden); het gewaar-zijn heeft onthuld, dat de waarnemer het waargenome is.

Waanneer je jezelf een vraag stelt, wie is er dan het wezen dat het antwoord zal ontvangen?

Wie is het wezen dat gaat onderzoeken?

Indien het wezen deel uitmaakt van het bewustzijn, van het denken, dan is het niet in staat om iets na te gaan.

Alleen de toestand van gewaar-zijn is daartoe bij machte.

Maar indien er in deze toestand van gewaar-zijn nog iets is dat zegt: 'ik moet dit gewaar worden, ik moet me oefenen in gewaarzijn', dan is ook dat weer een beeld.

Dit gewaar-zijn dat de waarnemer het waargenomene is, is geen proces van vereenzelviging met het waargenomene.

Onszelf met iets vereenzelvigen is vrij gemakkelijk.

De meesten van ons vereenzelvigen zich met iets - met onze familie, onze echtgenoot of vrouw, onze natie - en dat leidt tot grote ellende en grote oorlogen.

Wij zijn iets geheel anders aan het beschouwen en we moeten het niet letterlijk opvatten, maar in onze kern, in de wortel van ons wezen.

In het oude China ging een kunstenaar, voordat hij iets begon te schilderen - een boom bijvoorbeeld - dagen, maanden, jaren, het kwam er niet op aan hoe lang, voor die boom zitten, totdat hij de boom was. Hij vereenzelvigde zich niet met de boom, maar hij was de boom.

Dit betekent dat er geen ruimte was tussen hem en de boom, geen ruimte tussen de waarnemer en het waargenomene, geen ervaarder die de schoonheid, de beweging, de schaduw, de diepte van een blad, de hoedanigheid van de kleur ervaart.

Hij was geheel en al de boom en alleen in die staat kon hij schilderen.

Iedere beweging van de kant van de waarnemer, als hij zich niet gerealiseerd heeft dat de waarnemer het waargenomene is, schept alleen nieuwe reeksen van beelden en opnieuw wordt hij daarin gevangen.

Maar wat gebeurt er als de waarnemer gewaar wordt dat de waarnemer het waargenomene is?

Langzaam aan nu, heel langzaam, omdat het een zeer ingewikkeld iets is waarop we nu ingaan.

Wat gebeurt er?

De waarnemer handelt helemaal niet.

De waarnemer heeft altijd gezegd: ik moet iets aan die beelden doen, ik moet ze onderdrukken of ze een andere vorm geven; hij is altijd actief met betrekking tot het waargenomene, hartstochtelijk of terloops handelend en reagerend, en deze handeling van het al dan niet van iets van de zijde van de waarnemer wordt positief handelen genoemd.

Ik houd van, daarom moet ik vasthouden.

Ik houd niet van, daarom moet ik kwijt zien te raken.

Maar als de waarnemer zich realiseert, dat het object van zijn handelen hijzelf is, dan bestaat er geen conflict tussen hemzelf en het beeld.

Hij is dat.

Hij is er niet van gescheiden.

Toen hij ervan gescheiden was, deed hij er niets aan, of trachtte dit althans, maar als de waarnemer zich realiseert dat hij het is, dan is er geen kwestie van wel of niet houden ervan en het conflict eindigt.

Want wat zou hij moeten doen?

Als dat iets jezelf is, wat kun je dan doen?

Je kunt er niet tegen in opstand komen, of er voor vluchten, of het zelfs accepteren.

Het is er.

Alle handeling dus, die het resultaat is van reactie op al dan niet van iets houden is dus ten einde.

Dan zult u bemerken, dat er geen gewaar-zijn ontstaan is, dat geweldig levend is.

Het is niet gebonden aan een centraal punt of aan een beeld - en uit de intensiteit van het gewaar-zijn ontstaat een ander soort aandacht en daarom is de geest - omdat de geest dit gewaar-zijn is - uitzonderlijk gevoelig en in hoge mate intelligent geworden.